This is how I roll
Ik denk dat ik een jaar of 5 was toen mijn moeder me voor het eerst een rolschaats aanbond. Eerst eentje, met de andere voet kon ik dan afzetten en voorzichtig voelen hoe een schoen op wieltjes reageert. Al snel had ik de smaak te pakken en tot na m’n 13e was ik amper van mijn wielen te slaan. Een keer ben ik gigantisch op mijn bek gegaan: mijn broertje kon heel hard van de dijk af fietsen. Ik hield me vast aan zijn bagagedrager – het kon me niet snel genoeg gaan. Natuurlijk moest het een keer misgaan, met twee kapotte knieën, twee kapotte schouders, een gebroken pols en wat schrammen hier en daar tot gevolg. Mijn rolschaatspassie is daarna iets geluwd. Het kan ook zijn dat ik gewoon uit mijn schaatsen was gegroeid en er niet direct een nieuw paar voor handen was.
Op mijn 18e kocht ik opnieuw een paar skates. Dit keer zo’n classy set van zwarte leren enkellaarsjes (met hak), aluminium plates en goeie wieltjes. Een fijne set van Rodolfo’s. Ooit schaatste ik van Leiden tot Badhoevedorp – een goeie 35 kilometers. Ik wilde een blokje om schaatsen, maar dat liep wat uit de hand. Affijn, van die schaatsen heb ik dus jaren plezier gehad. Tot mijn *ssh*le ex het voor elkaar kreeg om ze kwijt te spelen. Yes I’m still mad.
Hier ben ik vooral een beetje jong en een beetje stuk:

Begin april kocht ik een paar witte RSI’s met paarse wieltjes. Toen ik ze aantrok was het een beetje als thuiskomen. Baby, I was born to roll…
[...] is je misschien niet ontgaan dat ik de laatste tijd nogal in de ban ben van roller derby. Rolschaatsen is altijd al m’n ding geweest. Ik las al jaren over roller derby in BUST Magazine en kon er alleen maar van dromen, tot ik hier [...]